|
U kunt hier aan de linkerzijde van het scherm bladeren in het nieuwsarchief, of rechtsboven op "Zoeken" klikken om een trefwoord te gebruiken.Korte berichten
20 Jaar ESCOPOp donderdag 18 juni werd ter gelegenheid van het twintigjarig bestaan van ESCOP een jubileumsymposium gehouden in Keulen, de plaats waar ESCOP op 17/18 juni 1989 werd opgericht. De visie van de oprichters was een overkoepelende Europese organisatie van nationale verenigingen op het gebied van fytotherapie te creëren. Toen al was namelijk duidelijk dat de Europese herziening van de wetgeving betreffende geneesmiddelen onvoldoende duidelijkheid op het gebied van geneesmiddelen van plantaardige herkomst had bereikt. De noodzaak om eenduidige criteria vast te stellen voor de beoordeling van deze preparaten leidde tot het concept van de ESCOP-monografieën, waarvan de eerste al in 1990 zijn verschenen. De tweede uitgave verscheen in 2003 (80 monografieën) en binnenkort zal de aanvulling hierop – met 27 nieuwe en 8 herziene monografieën – verschijnen. Tijdens het symposium hebben sprekers niet alleen verleden, heden en toekomst van ESCOP belicht, maar ook de belangrijke rol die de ESCOP-monografieën spelen binnen de huidige beoordeling van plantaardige geneesmiddelen. Een inhoudelijk verslag van dit symposium zal opgenomen worden in het volgende nummer van dit tijdschrift. NVF-lid (tevens ex-bestuurslid) drs. Christine Ruijs-Catlender is al 7 jaar bestuurslid van de ESCOP, waarvan 3 jaar als penningmeester. Minister VWS: kruiden uit de warenwet ?
In april 2009 stuurde
minister Klink (VWS) een brief aan het Deskundigenoverleg
Gezondheidsbevorderende Levensmiddelen waarin hij aankondigde nu eens en voor
altijd een scherp onderscheid tussen waren en geneesmiddelen te gaan maken [1].
Oorzaak hiervan was de motie Schermers (CDA), die had gevraagd om een
duidelijker onderscheid tussen geneesmiddelen en kruidenpreparaten, gezien de
vele verwarrende claims. In eerste instantie verwees de minister hem in augustus
2008 al naar het op EU-niveau helder geformuleerde juridische onderscheid tussen
waren en geneesmiddelen, en de verschillende categorieën geneesmiddelen [2],
maar in april 2009 betrok hij de farmacologie erbij en kondigde aan in de EU te
gaan pleiten voor een verbod op farmacologisch werkzame stoffen in de voeding en
tegelijkertijd wilde hij dan het verbod op medische claims bij voedingsmiddelen,
hetgeen dan niet meer nodig zou zijn, opheffen [1]. In dit tijdschrift is al
eerder aandacht besteed aan de problematiek van de moeizame scheiding van de
domeinen voeding en farma in het kader van de regelgeving [3]. De Nederlandse
Werkgroep voor Praktizijns (NWP), het Nederlands Genootschap voor
Orthomoleculaire Oncologie (NGOO) en de brancheverenigingen voor natuurproducten
NPN en voor zelfzorggeneesmiddelen Neprofarm hebben, evenals de NVF en de FNLI
(Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie) bij het ROW hun visie op deze
kwestie ingediend, waarbij zowel juridische als praktische bezwaren werden geuit
tegen de door Klink beoogde afschaffing van het duale stelsel (dat er bepaalde
stoffen zowel in voedingsmiddelen als in geneesmiddelen kunnen voorkomen) [4].
De NVF is van mening dat alleen de veiligheid van een (kruiden)middel, en niet de werkzaamheid, een reden kan zijn om dit als waar te verbieden. De brancheverenigingen wezen erop dat de problematiek rond de interacties van Hypericum met geneesmiddelen in goed overleg is opgelost door afspraken over etikettering en verpakking en dat er geen problemen zijn geweest. De NVF gaf nogmaals aan dat een kruidencommissie dringend gewenst is die zou moeten bezien of bepaalde plantaardige producten een status als geneesmiddel of als waar en/of als UA of UR zouden moeten krijgen [5]. Op veterinair gebied en in de Tweede Kamer wordt er anders tegen wetgeving rond kruidenpreparaten aangekeken. Minister Verburg (LNV) kreeg de opdracht (motie van der Vlies, SGP) om de juridische belemmeringen voor de inzet van kruidenpreparaten in de veehouderij weg te nemen in het kader van het terugdringen van overmatig antibioticagebruik en het daarmee verbonden risico op plagen van antibioticaresistente micro-organismen [6]. Referenties: 1. Brief van minister VWS aan deelnemers ROW-DGL dd 15 april 2009; te lezen op http://www.row.minvws.nl . 2. Brief van minister VWS aan
de 2e kamer dd 14 augustus 2008 in antwoord op motie Schermers c.s.
Vaststelling begroting Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 4. De tekst van de visie die is ingediend door de NVF is hieronder integraal opgenomen. In de visies van de industrie speelde vooral Europese jurisprudentie rond de verplichte toepassing van de geneesmiddelenwetgeving een rol. Niet iedere farmacologisch aangetoonde activiteit (van bijvoorbeeld knoflook) maakt direct van een voedingsmiddel een geneesmiddel. 5. De notulen van het ROW-DGL zijn (met enige vertraging) terug te lezen op de website van het ministerie (http://www.row.minvws.nl/ ) 6. Agrarisch Dagblad, 22-04-2009, pag. 7: Kamer: ruim baan voor kruidenpreparaten.
De afbakening tussen een geneesmiddel en een voedingsmiddel - Visie van de NVF ingediend 14 mei 2009 bij het ministerie VWS .De consument vraagt, bij monde van de hem of haar vertegenwoordigende politici om duidelijkheid inzake de vele ter verkoop aangeboden geneesmiddelen, voedingssupplementen, novel en functional foods en kruidenmiddelen (botanicals): wat kan er veilig gebruikt worden, heeft mogelijk nut of moet zelfs noodzakelijk gebruikt worden (vb: foliumzuur in de zwangerschap). Er zijn veel consumenten die hun eigen gezondheid wensen te beïnvloeden door middel van voeding en bovengenoemde producten. Voorop dient te staan dat de consument - voldoende keuzevrijheid heeft om zijn/haar voorkeur voor de benadering van gezondheidsproblemen te kunnen naleven; - niet wordt misleid door vormen van reclame die suggereren dat een product noodzakelijk is voor zijn/haar gezondheid terwijl dat niet het geval is; - geen proportioneel hoge risico’s loopt bij het op eigen verantwoording gebruiken van voeding- en genotsmiddelen en middelen zoals supplementen, kruiden en functional foods. De NVF wil het volgende opmerken: -
Risico’s voor de consument zijn vooral kennis- en dosisgerelateerd
(voorbeeld: een heel potje nootmuskaat is een dodelijke dosis, maar leidt zelden
tot problemen omdat het gebruik bekend is). De risico’s op overdosering zijn
groter naarmate de natuurlijke feedbackmechanismen (zoals bulk, smaak en geur)
zijn uitgeschakeld doordat het product onzichtbaar in de voeding of sterk
geconcentreerd in een extract of tablet aanwezig is; of doordat men geen kennis
heeft over de juiste bereiding en toepassing (voorbeeld: toen de aardappel werd
ingevoerd was er sterfte omdat mensen het loof aten). -
De vraag om een helder onderscheid tussen een voedings- en geneesmiddel
is begrijpelijk, maar alleen juridisch honoreerbaar. In het schrijven van 14
augustus 2008 aan de 2e Kamer als antwoord op de motie Schermer is
door de minister van VWS uiteengezet wat een geneesmiddel is en dat hierbij
zowel de presentatie (aandieningscriterium) als de werking (toedieningscriterium)
afzonderlijk of tezamen kunnen worden gehanteerd. -
De twee terreinen voeding en farma zullen elkaar altijd voor een groot
deel overlappen en de juridische scheiding tussen voedings- en geneesmiddelen
komt voort uit de registratie door het CBG van de laatste groep; daarentegen zal
een scheiding op basis van farmacologische activiteit altijd een grijs gebied
kennen. Dit laat onverlet dat er meer voorlichting gewenst is (hetgeen uiteraard
vooral een taak is van de betrokken bedrijven) om het aspect van kwaliteit dat
aan de CBG-registraties kleeft zichtbaar te maken voor consumenten en
zorgverleners. - Zoals ook blijkt uit de brief van therapeutenvereniging NWP (mail aan ROW 27 april 09) vormt het inzetten van voedingsmiddelen en kruidenmiddelen de kern van de meeste traditionele geneessystemen. Op dit moment wordt dit door de VWA wel als strafbare medische claim bij voedingsmiddelen gezien, maar zij geeft de handhaving weinig prioriteit bij de 1 op 1 arts/patiënt relatie [2]. Indien de minister echter het aandienings- en toedieningscriterium erg strikt wil gaan hanteren, zoals nu het geval lijkt te zijn, worden niet alleen traditioneel-medische behandelingen maar alle medische dieetadviezen (zoals een afslankdieet met veel groente en fruit ter preventie van hartkwalen) illegaal, wat niet de bedoeling kan zijn. Uiteraard is het mogelijk en wenselijk hiervoor een uitzonderingsclausule te formuleren (vergelijk de Engelse regelgeving hiervoor). Als het om specifieke producten gaat geeft de minister zelf een voorbeeld in voetnoot 4, pag. 2 (het gebruik van mineraal bronwater in thermische kuurcentra en dieetvoeding) en dit kan gegeneraliseerd worden naar de gehele therapeutische context zodat de VWA hier duidelijker richtlijnen heeft. Daarnaast zou de consument gebaat zijn bij duidelijkheid over het opleidingsniveau van de vele (typen) therapeuten op dit gebied.
Beek/Ubbergen, 14 mei 2009 Drs. A.G.M. van Asseldonk, directeur NVF-bureau
Referenties 1. De NVF volgt hierin de mening van de Gezondheidsraad, zie persbericht NVF april 2004 op www.fyto.nl 2. Kooijman, M. Waarop inspecteert de Voedsel en Waren Autoriteit bij fytotherapeuten? Ned Tijds Fytoth 2008 (1, maart) 21-3. Aromatische planten en het herpesvirusIn 2008 verschenen enkele studies die onderbouwing leveren voor traditionele toepassingen uit de fytotherapie en aromatherapie tegen herpesvirussen. Onderzoekers uit Italië, Libanon en Duitsland onderzochten de samenstelling en enkele eigenschappen van de vluchtige olie uit het hout en ethanolextracten van de naalden en dennenappels van Cedrus libani, een plant die in Libanon tegen allerlei infecties wordt gebruikt. In vitro werd activiteit tegen Herpes simplex virus type 1 (HSV-1, veroorzaker van herpes labialis) vastgesteld. De vluchtige olie uit het hout liet een interessante activiteit zien waarbij de concentratie die 50% remming van de virusgroei (IC50) veroorzaakte op 0.44 mg/ml lag. Ook de ethanolextracten waren actief met een IC50 van 0.05% (dennenappels) en 0.066 % (naalden). In Heidelberg werden verschillende vluchtige oliën (uit anijs, hysop, tijm, gember, kamille en sandelhout) getest op hun effectiviteit tegen Herpes simplex virus type 2 (HSV-2). Hiertoe werd gemeten wat de invloed was op de plaquevorming door HSV-2 virus in R-37 celkweken. Alle vluchtige oliën hadden een virusremmend effect. De IC50 van de oliën waren respectievelijk 0.016%, 0.0075%, 0.007%, 0.004%, 0.003% en 0.0015%. De plaquevorming werd met meer dan 90% verminderd als het HSV-2 virus tevoren werd geïncubeerd met de maximaal niet-cytotoxische hoeveelheid hysop-, tijm- of gemberolie. Echter, als de vluchtige olie aan de celkweek werd toegediend vóór de infectie of na de periode van incubatie had het geen effect. Dit geeft aan dat de vluchtige oliën vooral de virale envelop aanpakken, zoals ook voor oregano-olie al eerder beschreven is. Kamille-olie had heel gunstige waardes en lijkt op basis van dit onderzoek een veelbelovende kandidaat voor topicale applicatie bij herpes genitalis. In een andere studie vergeleken deze onderzoekers het effect van de etherische olie uit steranijs, bergden en kamille op aciclovir resistente en niet-resistente stammen van HSV-1. Bij niet-cytotoxische concentraties werden al effecten van 96,6-99,9% reductie van plaquevorming bereikt. Dit gold ook voor de resistente stammen. Kamille-olie was opnieuw het meest effectief en bovendien totaal niet irriterend; dit laatste werd getest op het membraan van 9 dagen oude kippenembryo’s. Eveneens in Heidelberg en in dezelfde proefopstelling vergeleken onderzoekers de effecten van een aantal verschillende extracten gemaakt van twee cultivars van salie op het HSV-1 en HSV-2 herpesvirus. Alhoewel alle geteste extracten sterk virusremmend werkten, bleek de tuincultivar effectiever dan de cultivar uit de Schwabische bergen. Het 20% ethanolextract had IC50-waarden van 0,18 mg/ml voor HSV-1 en 0,04 mg/ml voor HSV-2. De ethanolextracten deden het beter dan de waterextracten. Om meer zicht te krijgen op het mechanisme van deze werkzaamheid werden de extracten in deze studie ook bij verschillende stadia van de infectie toegediend. Beide cultivars werkten zowel goed tegen het vrije virus als wanneer de extracten preventief werden toegediend aan de celkweken. Volgens de onderzoekers zijn er perspectieven voor de topische applicatie van deze extracten bij terugkerende herpesinfecties. Een oude bekende voor deze toepassing is de citroenmelisse, en ook hiervan werd de etherische olie getest in Heidelberg, zowel op HSV-1 als HSV-2. De IC50 lag voor HSV-1 op 0,0004% en voor HSV-2 op 0,00008%. Bij de niet-cytotoxische concentratie (0,002%) was er bij HSV-1 sprake van 98,8% en bij HSV-2 van 97,2% minder plaquevorming. Iets hogere concentraties laten de virusinfectie geheel verdwijnen. Ook hier werd toediening in verschillende stadia van de virusinfectie vergeleken en bleek de olie het virus vóór adsorptie het best aan te pakken; maar ook tijdens de periode van virusadsorptie was er een effect zichtbaar. Bronnen: Loizzo M, et al. Phytochemical analysis and in vitro evaluation of the biological activity against herpes simplex virus type 1 (HSV-1) of Cedrus libani A. Rich. Phytomedicine 2008;15:79-83. Koch C, et al. Inhibitory effect of essential oils against herpes simplex virus type 2. Phytomedicine 2008;15:71-78. Koch C, et al. Efficacy of anise oil, dwarf-pine oil and chamomile oil against thymidine-kinase-positive and thymidine-kinase-negative herpesviruses. J of Pharmacy and Pharmacology 2008;60:1545-50. Schnitzler P, et al. Comparative in vitro study on the anti-herpetic effect of phytochemically characterized aqueous and ethanolic extracts of Salvia officinalis grown at two different locations. Phytomedicine 2008;15:62-70. Schnitzler P, et al. Melissa officinalis oil affects infectivity of enveloped herpesviruses. Phytomedicine 2008;15:734-40.
Tagetus minuta en Tithonia diversifolia veelbelovend tegen teken bij koeien in Kenya.
. Bron: W. Wanzala, 2009. Ethnobotanicals for management of the brown ear tick Rhipicephalus appendiculatusin western Kenya. Diss. WUR, Wageningen
50-jarige SEB richt Europese afdeling op.Op 14 en 15 maart 2009 was er in Gent (laboratorium voor tropische en subtropische landbouw en etnobotanie) een bijeenkomst van ruim 50 Europese leden van de Society of Economic Botany (SEB) die zich willen inzetten voor de studie van de relatie plant-mens in Europa zelf. Grote delegaties (inclusief 19 studenten) kwamen uit Oostenrijk (BOKU universiteit), Tsjechië en het Verenigd Koninkrijk (vooral antropologen uit Kent); maar ook België zelf, Italië (diverse universiteiten) en Catalonië (afdeling botanie van de faculteit Farmacie in Barcelona) waren goed vertegenwoordigd. In de workshops werd een
inventarisatie gemaakt van de belangrijkste thema’s die al geadresseerd worden,
of die extra aandacht nodig hebben, en er werd gediscussieerd over de te
gebruiken methodologie bij de diverse studies. Thema’s betroffen onder meer: - Vergeten groenten cq wilde planten als groente. Het Rubia EU project verschafte zeer veel gegevens hierover. Er zijn veel uitdagingen verbonden aan het herintroduceren van deze planten als delicatessen in de markt, stelde Pieroni, coördinator van het Rubia-project en inmiddels hoogleraar aan de Italiaanse universiteit voor gastronomische wetenschappen. Duurzaam telen of verzamelen van kruiden was een onderwerp dat veel raakvlakken had met alle andere onderwerpen. Wetgevers worstelen vaak met de vele synoniemen en homoniemen; ze hebben meer taxonomische expertise nodig. Thema’s als trends in het gebruik van planten, de rol van vrouwen, landrassen van voedingsplanten en ethische kwesties waarmee etnowetenschappers te maken krijgen die met niet-eigen kennis werken kwamen ook steeds terug. Tijdens deze bijeenkomst werden plannen gemaakt voor samenwerking, bijvoorbeeld in de context van de EU-programma’s Eureka en Erasmus. Vanuit de universiteit Gent werden diverse mogelijkheden geschetst om EU-onderzoekssubsidies aan te vragen. De aanwezige studenten waren erg enthousiast en hebben een eigen netwerk opgericht om ook op dat niveau ideeën uit te wisselen en samenwerking te bevorderen. Tevens zoeken ze naar methoden om de werkgelegenheid voor etnobotanici te bevorderen en meer aandacht voor het vakgebied te krijgen.
Bronnen: EU netwerk: www.ethnobiology.org.uk ; SEB: www.econbot.org
|
|
|
|